Uitspraak
Rechtbank den haag
1.METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG te Rotterdam,
1.De procedure
2.Het incident tot tussenkomst/voeging
3.De feiten
- de in de aanbestedingsprocedure gehanteerde planning in strijd is met de wettelijke termijnen;
- tijdens de onderhandelingsgesprekken het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat niet bij alle gesprekken (in ieder geval niet bij die met Trevvel zijn gevoerd) een vertegenwoordiger van MRDH aanwezig is geweest;
- de te sluiten overeenkomst disproportionele voorwaarden bevat, waaronder de voorwaarde dat alle risico’s in verband met corona volledig voor rekening van de winnende inschrijver komen;
- sprake is van een ondeugdelijke gunningssystematiek, omdat op basis van die systematiek niet zal worden gekozen voor de inschrijving met de beste KPV;
- de gestelde SROI-eis disproportioneel is en niet in relatie staat tot het voorwerp van de opdracht.
en 700 (70%) voor het onderdeel kwaliteit.
4.Het geschil
- geen uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing en deze in te trekken;
- de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en, voor zover MRDH de Opdracht nog wenst te gunnen, de Opdracht opnieuw aan te besteden;
- geen uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing en deze in te trekken;
- RMC Amsterdam uit te sluiten van deelname aan de aanbestedingsprocedure althans MRDH te verbieden een gunningsvoornemen ten gunste van RMC Amsterdam uit te spreken;
- alle inschrijvingen, behalve die van Trevvel, als zijnde ongeldige inschrijvingen terzijde te leggen omdat deze irreëel en manipulatief zijn;
- geen uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing en deze in te trekken;
- RMC Amsterdam uit te sluiten van deelname aan de aanbestedingsprocedure althans MRDH te verbieden een gunningsvoornemen ten gunste van RMC Amsterdam uit te spreken;
- de ingediende plannen Klantbeleving en de opgegeven duurzaamheidspercentages effectief te onderzoeken en te toetsen of deze reëel zijn en de bevindingen daaromtrent met relevante informatie en onderzoeken te onderbouwen;
- een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, waarin zij onderbouwt hoe haar beoordeling tot stand is gekomen, waarbij zij inzage geeft hoe zij de door de voorlopige winnaar opgegeven percentages heeft beoordeeld op hun realiteitsgehalte en de resultaten van die beoordeling;
- bij de nieuwe gunningsbeslissing een nieuwe bezwaartermijn van twintig kalenderdagen te geven waarbinnen inschrijvers in rechte tegen de nieuwe gunningsbeslissing kunnen opkomen;
5.De beoordeling van het geschil
in principezullen plaatsvinden met de in de brieven genoemde personen. Overigens lag het op weg van Trevvel om haar bezwaar tegen de afwezigheid van de vooraf aangekondigde heer [D] bij aanvang van het eerste onderhandelingsgesprek kenbaar te maken. Trevvel heeft de afwezigheid van de heer [D] weliswaar tijdens het eerste onderhandelingsgesprek aan de orde gesteld, maar van een daadwerkelijk geuit bezwaar tegen diens afwezigheid is niet gebleken. Hoewel het bezwaar blijkens het voorgaande op inhoudelijke gronden niet kan slagen, is het aldus tevens zeer de vraag of Trevvel dit bezwaar tijdig kenbaar heeft gemaakt.