Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteithebbende, werd op 11 augustus 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht onder de Dublinverordening en het risico op ontduiking van toezicht.
Eiser betwistte de gronden van de bewaring niet, maar voerde aan dat zijn staandehouding onrechtmatig was omdat het proces-verbaal geen grond voor aanhouding vermeldde. De rechtbank oordeelde dat de aanhouding strafrechtelijk was op basis van artikel 447e Sr en dat bestuursrechtelijke toetsing van strafrechtelijke aanhouding niet aan de bestuursrechter toekomt.
Daarnaast stelde eiser dat hij onvoldoende medische zorg ontving in het detentiecentrum. De rechtbank stelde vast dat de intake en medische beoordeling volgens de maatregel waren voorzien en dat eiser zelf om hulp kon vragen, wat ook is gebeurd.
Ten slotte werd opgemerkt dat de overdracht naar Spanje onzeker was na afwijzing van het claimverzoek, maar dat de procedure voortvarend werd gevolgd. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.