Verzoeker is veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van €99.940,- wegens deelneming aan een criminele organisatie. De maatregel is onherroepelijk geworden en de benadeelde derde heeft zich niet gevoegd in het strafproces. Er loopt een civiele procedure tussen de benadeelde en een medeveroordeelde over schadevergoeding.
Verzoeker vroeg kwijtschelding van de ontnemingsmaatregel ten behoeve van betaling aan de benadeelde, om dubbele betaling te voorkomen. De officier van justitie stelde primair afwijzing voor wegens gebrek aan betalingsonmacht en dat het verzoek door de benadeelde zelf had moeten worden ingediend. Subsidiair werd voorgesteld de ontnemingsmaatregel te handhaven maar de gelden aan de benadeelde door te betalen.
De rechtbank oordeelde dat een veroordeelde ook een verzoek tot kwijtschelding kan doen ten behoeve van een derde en wees het primaire verzoek af vanwege het risico op verlies van de gijzelingstermijn en de sterke verhaalspositie van de Staat. Het subsidiaire verzoek werd toegewezen, zodat de Staat de reeds betaalde en toekomstige bedragen aan de benadeelde moet uitkeren tegen finale kwijting van de ontnemingsmaatregel.