Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Haagsche Brood Winkels B.V., te Den Haag, vergunninghoudster.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Haagsche Brood Winkels B.V. heeft verleend voor het legaliseren van het gebruik van panden als bakkerij in een woonwijk. Zij stellen dat het gebruik leidt tot onevenredige geluid- en geuroverlast en dat de vergunning onjuiste gegevens bevat over de bedrijfsoppervlakte.
De voorzieningenrechter constateert dat de vergunning is verleend met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo en dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan Vogelwijk 2016. Verweerder heeft beleidsruimte bij het afwijken van het bestemmingsplan, maar heeft onvoldoende gemotiveerd dat de vergunning in lijn is met gemeentelijk beleid zoals de Functiemengingsstrategie en het Actieprogramma kleinschalige bedrijfsruimte.
Daarnaast is de oppervlakte van de bakkerij onjuist weergegeven in de aanvraag en vergunning, wat de rechtmatigheid van de vergunning ondermijnt. Ook is onduidelijk of de locatie kwalificeert als een gebied met functiemenging, wat gevolgen heeft voor de toepasselijke geluidsnormen.
Gelet op deze tekortkomingen en het spoedeisend belang van verzoekers wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en draagt verweerder op het griffierecht te vergoeden. De technische aspecten van geluid en geur worden in de bezwaarprocedure verder onderzocht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst vanwege onvoldoende motivering en onjuiste gegevens.