ECLI:NL:RBDHA:2020:14278
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf als familie- of gezinslid bij een persoon genaamd [A]. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen bij besluit van 5 juni 2019. Het bezwaar tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard op 2 januari 2020.
Tegen het bestreden besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoekers hebben tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de afwijzing van de mvv-aanvraag te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 30 juli 2020.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer AWB 20/747) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er worden geen proceskosten opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.