ECLI:NL:RBDHA:2020:14385
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure over de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, dat zijn aanvraag afwees. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar, stelde verzoeker beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank inmiddels op het beroep had beslist (zaaknummer AWB 19/7123), was het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk en werd het afgewezen.
Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier A.M. Slierendrecht op 2 oktober 2020. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.