Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster], verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers zijn op 4 maart 2020 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op hun aanvragen. Nadat verzoekers in beroep waren gegaan, heeft verweerder alsnog een beslissing genomen. Vervolgens hebben verzoekers het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek, waaruit de rechtbank afleidt dat geen bezwaar bestaat tegen vergoeding.
De rechtbank stelt vast dat verzoekers recht hebben op een proceskostenvergoeding omdat verweerder pas na het instellen van beroep heeft beslist. Omdat verzoekers een professionele juridische hulpverlener hebben ingeschakeld, wordt een vast bedrag toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank ziet de zaken als samenhangend en past een wegingsfactor van 0,5 toe vanwege het beperkte geschil over de overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet en griffier S.M. Bakker, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Verzet tegen deze uitspraak is mogelijk binnen zes weken na bekendmaking.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 262,50 aan proceskosten aan verzoekers wegens overschrijding van de beslistermijn.