De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met complexe gedragsproblemen. De minderjarige vertoont suïcidale uitingen, een ontwikkelingsachterstand en heeft een traumatisch verleden, waaronder huiselijk geweld en een hersenbeschadiging.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de thuissituatie bij de vader is problematisch door spanningen en onvoldoende zorgstructuur. De moeder heeft bezwaar gemaakt tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, stellende dat zij haar alcoholproblematiek heeft overwonnen en dat de omgangsmomenten te kort zijn. De vader betwist de noodzaak van verlenging van de uithuisplaatsing en vraagt om inzage in geheime stukken die de gecertificeerde instelling niet wil delen.
De kinderrechter beslist dat de ouders geen afschrift krijgen van de geheime aanvullende stukken om de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van de minderjarige te beschermen. De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor één jaar, de machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden, met een nader te bepalen zitting voor verdere behandeling. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het gerechtshof Den Haag is bevoegd voor hoger beroep.