ECLI:NL:RBDHA:2020:14477
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning asiel in Roemenië
Eiseres heeft internationale bescherming genoten in Roemenië vanaf 23 maart 2017 gedurende twee jaar. Na het verlopen van haar verblijfsvergunning heeft zij geen verlenging aangevraagd, maar dit betekent niet dat zij geen bescherming meer geniet. De rechtbank volgt niet dat haar nieuwe aanvraag zonder nieuwe feiten niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Verweerder heeft vastgesteld dat eiseres een zodanige band met Roemenië heeft dat van haar redelijkerwijs kan worden verlangd daar terug te keren. Factoren als haar leeftijd, alleenstaand zijn, taalbarrière en familie in Nederland en Duitsland leiden niet tot een andere conclusie.
Eiseres stelde dat zij in Roemenië geen werk, betaalbare huisvesting of toegankelijke gezondheidszorg heeft, maar verweerder wees terecht op de rechten van statushouders volgens de Kwalificatierichtlijn. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er onoverkomelijke hindernissen zijn en heeft zelf geen actie ondernomen om haar situatie te verbeteren.
Er is geen bewijs dat terugkeer leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De aanvraag is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.