ECLI:NL:RBDHA:2020:14513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opheffing inreisverbod en aanvraag verblijfsvergunning humanitair
Eiser, van Somalische nationaliteit, verzocht om opheffing van een tienjarig inreisverbod en een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro/humanitair niet-tijdelijk. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank overwoog dat eiser sinds oplegging van het inreisverbod Nederland niet heeft verlaten en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bedreiging die ten grondslag ligt aan het inreisverbod is verdwenen. Ook is niet gebleken van een meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheid van familie, zodat artikel 8 EVRM Pro geen bescherming biedt. Het beroep op schending van artikel 3 EVRM Pro wegens medische situatie werd niet gegrond verklaard omdat eiser niet voldeed aan het duurzaamheidsvereiste.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en dat het handhaven van het inreisverbod en de afwijzing van de verblijfsvergunning niet onrechtmatig waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om opheffing van het inreisverbod en de aanvraag verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.