Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser 2](eiser 2), eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, met de Afghaanse nationaliteit, dienden op 17 juni 2020 opvolgende aanvragen in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder verklaarde deze aanvragen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe elementen of bevindingen waren aangevoerd die relevant zijn voor de beoordeling.
Eisers stelden dat zij nieuwe documenten en verklaringen hadden overgelegd, waaronder een Tazkera, een rijbewijs, en verklaringen van een werkgever en wijkagent. Verweerder betwistte de authenticiteit en relevantie van deze stukken. De rechtbank oordeelde dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser 1 reeds vaststonden en dat het rijbewijs niet volstond om werkzaamheden voor de werkgever aan te tonen. Kopieën van verklaringen werden niet als nieuwe feiten erkend, mede omdat eisers de originele documenten hadden moeten overleggen.
De rechtbank overwoog verder dat verweerder terecht kon afzien van een hoorzitting, omdat er geen twijfel bestond over het ontbreken van nieuwe relevante elementen. De beroepen werden ongegrond verklaard. De uitspraak bevestigt eerdere beslissingen van de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvragen wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen.