ECLI:NL:RVS:2017:1539
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor vervolging door Iraanse autoriteiten wegens zijn activiteiten voor de Koerdische Democratische Partij van Iran (KDPI). De staatssecretaris wees het verzoek af omdat hij niet aannemelijk achtte dat de autoriteiten op de hoogte waren van zijn activiteiten, ondanks het feit dat de vreemdeling geloofwaardig activiteiten voor de KDPI had verricht.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende en niet deugdelijke motivering had gegeven voor zijn standpunt dat de arrestatie van de contactpersoon en het verraad ongeloofwaardig waren. Diverse door de vreemdeling gegeven verklaringen werden ten onrechte als bevreemdingwekkend bestempeld zonder voldoende onderbouwing.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De staatssecretaris wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de motiveringen van de Afdeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.