ECLI:NL:RBDHA:2020:14723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens internationale bescherming in Hongarije
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland, nadat zij reeds internationale bescherming genoot in Hongarije. Haar eerdere aanvragen werden afgewezen op grond van het interstatelijke vertrouwensbeginsel, omdat zij in Hongarije bescherming geniet. De rechtbank bevestigt dat eiseres en haar kinderen internationale bescherming hebben in Hongarije.
Eiseres betoogde dat haar gezin als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt vanwege haar status als alleenstaande vrouw met jonge kinderen, de medische aandoening van haar zoon en de vijandige omgeving in Hongarije. De rechtbank oordeelt echter dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om bijzondere kwetsbaarheid aan te nemen, mede omdat de groeistoornis niet met stukken is onderbouwd en de situatie in Hongarije niet relevant is voor de beoordeling van bijzondere kwetsbaarheid.
De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard en het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.