ECLI:NL:RVS:2020:1088
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen kwetsbare statushouders uit Hongarije
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvragen van twee vreemdelingen en hun minderjarige kinderen niet-ontvankelijk omdat zij al een verblijfsvergunning in Hongarije hadden. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer, vooral gezien de kwetsbare positie van de vreemdelingen en de medische situatie van de oudste zoon.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat er wel degelijk toegang tot gezondheidszorg is in Hongarije en dat de vreemdelingen zelf hun rechten moeten effectueren. De Raad van State overwoog dat de drempel voor bescherming hoog is, maar dat bijzondere kwetsbaarheid kan leiden tot een situatie van materiële deprivatie die onmenselijke behandeling oplevert.
De Raad stelde vast dat de bijzondere kwetsbaarheid van de vreemdelingen niet is bestreden en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vreemdelingen niet in een dergelijke situatie terechtkomen. Desondanks oordeelde de Raad dat het hoger beroep faalt omdat de rechtbank terecht vond dat nader onderzoek en motivering nodig zijn.
De uitspraak bevestigt dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met een zorgvuldige motivering over het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Hongarije. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.050,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.