ECLI:NL:RBDHA:2020:14766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Verweerder baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, waar eiser eerder een asielaanvraag had ingediend.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is vanwege het risico op refoulement naar Nigeria, inadequate bescherming in Italië wegens mishandeling vanwege zijn seksuele geaardheid, en ontoereikende opvangvoorzieningen voor Dublinclaimanten. Hij verwees naar een rapport van SFH/OSAR ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitging en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet naleeft. Het SFH/OSAR-rapport bood geen bewijs van structurele tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen.
Ook het risico op refoulement werd niet aannemelijk gemaakt, mede vanwege garanties van Italië via het claimakkoord. De stelling dat Italiaanse autoriteiten geen bescherming bieden, werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.