ECLI:NL:RBDHA:2020:14768
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Verweerder baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen omdat eiser illegaal via Italië de EU-buitengrens is binnengekomen.
Eiser betoogde dat Italië niet verantwoordelijk kan worden gehouden vanwege onvoldoende opvangvoorzieningen, gebrek aan rechtsbijstand, ontoereikende medische zorg en risico op indirect refoulement. Hij verwees naar het SFH/OSAR-rapport en het arrest Cimade van het Hof van Justitie. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat Italië zich aan zijn verdragsverplichtingen houdt.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Italië structurele tekortkomingen heeft die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Ook de vrees voor een onmenselijke situatie bij terugkeer werd niet aannemelijk geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.