ECLI:NL:RBDHA:2020:14788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid asielaanvraag Iraakse verzoeker
Verzoeker, met de Iraakse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 13 juli 2020 verklaarde de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze aanvraag niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 19 augustus 2020, samen met een gerelateerde zaak. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Gezien de beslissing in de hoofdzaak, waarin het beroep op de asielaanvraag werd behandeld, zag de voorzieningenrechter geen grond om een voorlopige voorziening te treffen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier A.E. van Gestel op 31 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van grond na de beslissing in de hoofdzaak.