ECLI:NL:RBDHA:2020:14790
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens veilig land van herkomst en onthouden vertrektermijn
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij bedreigd werd vanwege de verkoop van alcohol tijdens de Ramadan en dat zijn broer door terroristen was vermoord. De staatssecretaris wees het verzoek af als kennelijk ongegrond en bestempelde Algerije als veilig land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Algerije zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet nakomt of dat hij geen bescherming kan inroepen. De zienswijze van eiser werd door verweerder gemotiveerd afgewezen en de rechtbank vond geen reden om dit oordeel te wijzigen.
Verder was het onthouden van een vertrektermijn door verweerder op grond van de Vreemdelingencirculaire terecht, ondanks het argument van eiser dat onmiddellijke uitzetting onredelijk zou zijn en hij geen geldig reisdocument bezit. De rechtbank concludeerde dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.