ECLI:NL:RBDHA:2020:14791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak van Algerijnse verzoeker
Verzoeker, met de Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 30 juli 2020 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een gerelateerde zaak (NL20.15153) op 19 augustus 2020. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, maar de gemachtigde van verweerder was wel aanwezig. Gezien de beslissing in de hoofdzaak is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier A.E. van Gestel op 31 augustus 2020. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden gedaan zodra het weer mogelijk is. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na afwijzing van de verblijfsvergunningaanvraag asiel.