Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, is op 11 maart 2020 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder zitting en verwijst naar een eerdere uitspraak van 12 juni 2020 waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden. De beoordeling richt zich nu op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek.
Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat de Egyptische ambassade niet reageert op de laissez-passeraanvraag. De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris regelmatig contact onderhoudt met de Egyptische autoriteiten en de Dienst Terugkeer en Vertrek, en dat het uitblijven van een reactie niet aan verweerder kan worden toegerekend.
De rechtbank acht de inspanningen van de Staatssecretaris niet onredelijk en wijst het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C. Karman en griffier K. el Mourabit op 23 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.