Uitspraak
1.ECLI:NL:RBDHA:2020:6088
2.ECLI:NL:RBDHA:2019:3262.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, ondanks ingebrekestelling door eiser op 6 maart 2020.
Verweerder voerde aan dat de coronamaatregelen en achterstanden in de asielprocedure een redelijke termijn voor besluitvorming onmogelijk maakten en verzocht om een langere beslistermijn van zestien weken. De rechtbank volgt dit standpunt slechts gedeeltelijk en wijst erop dat het beroep niet-ontvankelijk is alleen in specifieke gevallen, die hier niet aan de orde zijn.
De rechtbank legt een uiterste beslistermijn van zestien weken op, conform het 8+8 wekenmodel dat ruimte biedt voor een eerste gehoor en zorgvuldige besluitvorming. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt daarnaast veroordeeld tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan eiser.
De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om de dwangsom te verlagen en benadrukt het belang van rechtszekerheid en tijdige besluitvorming, ook in coronatijd. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank legt een beslistermijn van zestien weken op en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten.