ECLI:NL:RBDHA:2020:14817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe relevante feiten
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe relevante feiten of bevindingen waren aangevoerd.
Eiser overhandigde een nationaliteitsverklaring van de Eritrese ambassade als nieuw element, maar de rechtbank oordeelde dat deze verklaring niet afweek van eerder overgelegde documenten en niet aannemelijk maakte dat eiser daadwerkelijk de persoon op de verklaring was. Eerder waren twijfels geuit over de authenticiteit van de documenten en de identiteit van eiser.
De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat geen aanleiding bestond om eiser te horen, omdat de nieuwe aanvraag geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander oordeel konden leiden. De eerdere afwijzingen en niet-ontvankelijkverklaringen staan in rechte vast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse en griffier L.M. Janssens-Kleijn, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag.