ECLI:NL:RBDHA:2020:14826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bepaalt beslistermijn en dwangsom bij niet tijdig beslissen op asielaanvragen echtpaar
Eisers, een echtpaar, dienden gelijktijdig een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot niet tijdig op deze aanvragen, ondanks ingebrekestelling door eisers op 22 januari 2020. De rechtbank stelt vast dat verweerder in gebreke is gebleven en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank overweegt dat de aanvragen van eisers als samenhangend moeten worden beschouwd, waardoor slechts één dwangsom verschuldigd is. Verweerder had de dwangsom niet vastgesteld, daarom doet de rechtbank dit alsnog en bepaalt een bedrag van €1.442,- voor de periode van 6 februari tot 19 maart 2020.
Verder legt de rechtbank een beslistermijn van zestien weken op, conform het 8+8 wekenmodel dat ruimte biedt voor een eerste gehoor en zorgvuldige besluitvorming. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van €100,- worden betaald, met een maximum van €7.500,-. Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een dwangsom vast en legt een beslistermijn van zestien weken op aan de Staatssecretaris.