ECLI:NL:RBDHA:2020:14971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens gevaar openbare orde en belangenafweging gezinsleven
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. De aanvraag werd afgewezen vanwege een eerdere veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf in Frankrijk voor drugsdelicten en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank oordeelde dat deze strafrechtelijke achtergrond een gevaar voor de openbare orde vormt, rechtvaardigend de weigering van de mvv.
Eiser voerde aan dat hij spijt heeft van zijn verleden en dat het gezinsleven met zijn vrouw en haar kinderen in Nederland zwaarwegend is, waarbij verplaatsing naar Nigeria schadelijk zou zijn voor de kinderen. De rechtbank stelde echter dat de gezinsband onvoldoende was onderbouwd en dat verweerder terecht oordeelde dat er geen ongerechtvaardigde inmenging in het gezinsleven plaatsvindt, mede omdat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland had gehad.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Afdeling bestuursrechtspraak en concludeerde dat de weigering proportioneel is gezien de ernst van de feiten en het internationale karakter van de straf. Ook werd het beroep op schending van de hoorplicht verworpen, omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens gevaar voor de openbare orde en onvoldoende onderbouwing van het gezinsleven.