ECLI:NL:RVS:2020:2069
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vereisten voor afwijzing verzoek gezinslid verblijf om openbare orde redenen
De zaak betreft een vreemdeling van Armeense nationaliteit die een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging aanvroeg, welke door de staatssecretaris werd afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde. De staatssecretaris baseerde dit op eerdere veroordelingen van de vreemdeling, waaronder meerdere voor rijden onder invloed en winkeldiefstal, en op zijn uitlevering aan Armenië wegens drugsdelicten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak schortte de behandeling op in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat in het arrest G.S. nadere criteria formuleerde voor afwijzing op grond van openbare orde.
In het arrest G.S. werd bepaald dat afwijzing op basis van strafrechtelijke veroordelingen alleen is toegestaan als deze feiten ernstig genoeg zijn om het verblijf uit te sluiten en dat een individuele beoordeling moet plaatsvinden, waarbij rekening wordt gehouden met gezinsbanden en sociale banden.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris niet voldoende heeft gemotiveerd dat de strafbare feiten zo ernstig zijn dat het verblijf van de vreemdeling moet worden uitgesloten, met name omdat onvoldoende is toegelicht welke delicten in Armenië hebben geleid tot de uitlevering en veroordeling. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard en het eerdere besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de ernst van de feiten. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de ernst van de feiten.