ECLI:NL:RBDHA:2020:14974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij intrekking au pair verblijfsvergunning
Eiseres, met Vietnamese nationaliteit, had een verblijfsvergunning als au pair met het doel 'uitwisseling', verleend vanaf 7 april 2017 tot 8 april 2018. Na het beëindigen van haar au pair verblijf en inschrijving bij haar partner, heeft verweerder het voornemen kenbaar gemaakt om de vergunning in te trekken wegens het niet nakomen van de culturele uitwisselingsvoorwaarden.
Eiseres maakte bezwaar tegen de intrekking, maar verweerder handhaafde het besluit en verstrekte haar een document dat haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De rechtbank beoordeelde of eiseres procesbelang had bij haar beroep, aangezien haar verblijf inmiddels op andere gronden rechtmatig is.
De rechtbank oordeelde dat het beroep geen feitelijke betekenis heeft omdat het rechtmatig verblijf niet verandert door vernietiging van het intrekkingsbesluit. Ook het belang bij toetsing van de terugwerkende kracht van de intrekking werd onvoldoende geacht, omdat de tijdelijke au pair vergunning geen rechten voor voortgezet verblijf opbouwt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding wegens vermeende overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de uitspraak binnen twee jaar na aanvang van de termijn is gedaan.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Schuman op 19 november 2020 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de au pair verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.