ECLI:NL:RBDHA:2020:14977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel met oplegging dwangsom
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat eiseres verweerder tijdig in gebreke heeft gesteld. Verweerder voerde aan dat het beroep niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege de coronamaatregelen, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. Er wordt een termijn van acht weken opgelegd om een eerste gehoor te houden en een aanvullende termijn van acht weken om een beslissing te nemen indien de aanvraag overgaat naar de verlengde asielprocedure, met een maximale beslistermijn van zestien weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd om verweerder te stimuleren tijdig te beslissen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres, begroot op €262,50. De rechtbank benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming boven snelheid en wijst erop dat verweerder er alles aan moet doen om eerder te beslissen zolang dit niet ten koste gaat van de zorgvuldigheid.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en er wordt een beslistermijn van 8+8 weken met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €7.500 opgelegd.