ECLI:NL:RBDHA:2020:15103
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsdocument wegens onvoldoende zorg- en opvoedingstaken
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een EU-verblijfsdocument op basis van het Chavez-Vilchez arrest, stellende dat hij zorg- en opvoedingstaken voor zijn in Nederland wonende dochter verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat zijn dochter de EU zou moeten verlaten bij afwijzing.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aantoonde dat hij daadwerkelijk meer dan marginale zorgtaken verricht en dat er geen zodanige afhankelijkheidsverhouding is. Tevens werd gewezen op het feit dat Italië verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag en dat eiser zijn identiteit niet met officiële documenten heeft aangetoond.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd over de aard en frequentie van de zorgtaken. De overgelegde documenten, waaronder een ouderschapsplan en verklaringen, boden onvoldoende objectief bewijs. Ook was er geen onderzoeksplicht voor verweerder omdat eiser niet had aangetoond dat hij de dagelijkse zorg verricht.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder eiser niet hoefde te horen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank neemt de na het bestreden besluit ingediende asielaanvraag niet mee in haar beoordeling, omdat de toetsing ex nunc niet is voorgeschreven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.