ECLI:NL:RVS:2019:2409
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vermindering duur inreisverbod wegens onvoldoende onderbouwing ernstige bedreiging en belangenafweging
De staatssecretaris vaardigde op 21 november 2017 een inreisverbod van tien jaar uit tegen een Kaapverdische vreemdeling, die veroordeeld was voor poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige partner. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het inreisverbod. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde zonder zelf in de zaak te voorzien. De staatssecretaris had de duur van het inreisverbod gemotiveerd verkort naar vijf jaar, rekening houdend met de aard van het strafbare feit, de mate van actuele dreiging en de zorgrelatie met de minderjarige kinderen. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat de staatssecretaris zijn onderzoeksplicht had nageleefd en de belangenafweging op juiste gronden had gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het inreisverbod wordt beperkt tot vijf jaar. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt beperkt tot vijf jaar en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard.