ECLI:NL:RBDHA:2020:15114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onttrekking toezicht vreemdeling
Eiser, een Albanese staatsburger, kreeg op 22 oktober 2019 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het besluit werd genomen omdat eiser zich niet op de voorgeschreven wijze in Nederland had gemeld en werd aangetroffen in een trailer op weg naar Groot-Brittannië zonder geldig visum, wat een risico op onttrekking aan toezicht opleverde.
Eiser voerde aan dat hij Nederland slechts wilde doorreizen en vrijwillig wilde vertrekken, maar de rechtbank oordeelde dat het feit dat hij illegaal probeerde uit te reizen en niet aan het toezicht voldeed, voldoende grond was voor het terugkeerbesluit en het inreisverbod. De rechtbank verwees naar relevante wetsartikelen en jurisprudentie die het verkorten van de vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod rechtvaardigen.
Verder stelde eiser dat het inreisverbod disproportioneel was omdat het hem belette familie in de EU te bezoeken en zijn situatie als gepensioneerd politieagent zonder antecedenten. De rechtbank vond echter dat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden aannemelijk had gemaakt die tot verkorting van het inreisverbod konden leiden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.