Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 13 november 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank Den Haag behandelde de zaak op 23 november 2020.
Eiser betwistte de bewaringsgronden, waaronder het ontbreken van een elektronische handtekening en het feit dat hij niet eerder een terugkeerbesluit zou hebben ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de maatregel wel degelijk voorzien was van een originele elektronische handtekening en dat het terugkeerbesluit van 18 juni 2015 correct aan het dossier was toegevoegd. Tevens bevestigde eiser zelf kennis te hebben van dit besluit.
De rechtbank vond dat de gronden 3c, 3h en 4d van het Vreemdelingenbesluit voldoende waren onderbouwd om het risico op onttrekking aan toezicht aan te nemen. Eiser voerde aan dat er geen redelijk zicht was op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn vanwege moeizame samenwerking en de coronacrisis, maar de rechtbank volgde dit niet. Zij verwees naar jurisprudentie waarin wordt gesteld dat de Marokkaanse autoriteiten in algemene zin medewerking verlenen en verweerder had recent contact met de ambassade gehad.
Ten slotte stelde eiser dat minder ingrijpende maatregelen dan bewaring mogelijk waren, maar de rechtbank vond dat gezien eerdere meldplicht en het ontbreken van vertrekplannen bewaring gerechtvaardigd was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.