ECLI:NL:RVS:2020:1141
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vreemdelingenbewaring ondanks tijdelijke uitzettingsbelemmeringen door coronavirus
De vreemdeling is op 2 maart 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of het zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn ontbreekt vanwege de door het coronavirus veroorzaakte reisbeperkingen, waaronder het gesloten luchtruim van Marokko en het ontbreken van vluchten. De vreemdeling betoogde dat hierdoor uitzetting niet mogelijk is.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de huidige situatie als een tijdelijke belemmering moet worden beschouwd en dat er geen aanwijzingen zijn dat de Marokkaanse autoriteiten structureel geen medewerking verlenen aan het verstrekken van reisdocumenten. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. De Afdeling bevestigt het vonnis en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt bevestigd omdat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt ondanks tijdelijke coronamaatregelen.