Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Albanese nationaliteit, werd op 6 december 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat het voortraject van de bewaring niet ter toetsing stond, en dat eiser op zijn rechten was gewezen in de Albanese taal met behulp van een tolk.
Verweerder stelde dat de maatregel noodzakelijk was vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser betwistte alleen de grond dat hij zich niet aan de voorgeschreven wijze van binnenkomst had gehouden, stellende dat hij zich nog in zijn vrije termijn bevond. De rechtbank concludeerde dat eiser illegaal wilde uitreizen naar het Verenigd Koninkrijk en daardoor geen recht had op een vrije termijn of circulatierecht.
Daarnaast stelde eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat andere personen in dezelfde situatie alleen een terugkeerbesluit hadden gekregen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat geen lichter middel effectief was, mede omdat eiser had verklaard niet terug te willen keren naar Albanië. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.