Eiseres, een Russische vrouw geboren in 1951, vroeg op 4 september 2019 een visum kort verblijf aan om familie in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd op 9 september 2019 afgewezen omdat er redelijke twijfel bestond over haar voornemen om Nederland tijdig te verlaten. De sociale binding met Rusland werd als onvoldoende beoordeeld, mede omdat zij ongehuwd is, geen eigen gezin heeft waarvoor zij zorgt, en slechts twee zussen in Rusland wonen. Daarnaast was haar economische binding onvoldoende aangetoond; zij kon niet overtuigend bewijzen dat zij een structureel pensioeninkomen ontvangt of dat haar aanwezigheid in Rusland vereist is om dit te ontvangen.
Eiseres voerde aan dat zij voldoende financiële middelen heeft en dat een referent garant staat voor haar uitgaven. Ook stelde zij dat zij een eigen leven heeft in Dagestan met familie, vrienden en een eigen huis. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de tijdige terugkeer te waarborgen. Verweerder heeft terecht de aanvraag getoetst aan de Visumcode en de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van het visum terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.