ECLI:NL:RBDHA:2020:15216
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 23 november 2020 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De zitting vond plaats op 11 december 2020, waarbij verzoeker niet aanwezig was wegens verhindering. De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaaknummer NL20.20273) inmiddels was behandeld en een uitspraak was gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 17 december 2020 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze niet meer nodig is na de uitspraak in de hoofdzaak.