Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Eiseres], eisers, mede namens hun minderjarige kind [naam] ,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluiten van 8 oktober 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
- bekering tot het christendom;
- te verwachten problemen in Iran als gevolg van de bekering tot het Christendom.
“Ik werd steeds nieuwsgieriger en stelde vragen aan de voorganger in de kerk. […] Hij gaf me een bijbel. Hij zei: je vindt antwoorden op je vragen in dit boek. Lees het maar. Ik begon de bijbel te lezen en me er in te verdiepen.”Anders dan verweerder heeft gesteld ter zitting, heeft verweerder niet concreet doorgevraagd tijdens het gehoor op welke vragen zij antwoord heeft gezocht in de Bijbel, zodat dit niet op deze wijze kon worden tegengeworpen.
Innerlijk was er een oorlog in mij gaande. Ik was er van overtuigd dat dit de weg was. Aan de andere kant was ik nog zo bang van de God van de islam dat ik niet durfde te zeggen: ik ga weg, ik wil jou niet. Ik was doodsbang, het was strafbaar. Ik wilde enerzijds christen zijn, anderzijds was ik bang voor de god van de islam.” De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat eiseres hier tegenstrijdig heeft verklaard, nu een worsteling en innerlijke strijd, per definitie tegenstrijdige gevoelens meebrengt. Over die gevoelens heeft eiseres verklaard. Voor zover verweerder haar heeft tegengeworpen dat de verklaring dat ‘het’ strafbaar is, ongerijmd was omdat eiseres spreekt over een periode waarin ze al in Nederland was, waar christen-zijn niet strafbaar is, overweegt de rechtbank dat deze stelling evenmin opgaat. Nu het verblijf van eiseres in Nederland niet bestendig was en gelet op haar Iraanse achtergrond, is de veronderstelling dat eiseres relateerde aan de Nederlandse situatie zonder nadere motivering niet gerechtvaardigd. Voor zover eiseres heeft bedoeld te verwijzen naar de Iraanse situatie is haar verklaring dat het in Iran strafbaar is om zich te bekeren en dat zij daarom bang is, niet ongerijmd. Voor zover verweerder vond dat eiseres onvoldoende concreet heeft verklaard op dit punt, lag het op de weg van verweerder om hierover door te vragen, wat niet is gebeurd.
dat de heer [A] voorganger van een kerk is betekent inderdaad dat hij deskundige genoemd mag worden in het herkennen van de oprechtheid van een bekering.”Anders dan verweerder ter zitting zonder nadere toelichting stelde, kan verweerder aan dit standpunt worden gehouden. Nu de heer [A] op 26 oktober 2020 naar eigen zeggen een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gedaan, kan verweerder niet volstaan met de ongemotiveerde stelling dat daar geen doorslaggevende betekenis aan kan worden gehecht. Voorts heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij in dit verband de twee brieven van de heer [A] van 3 september 2019 en 5 december 2019 heeft meegewogen.