Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Surinaamse vreemdeling, is sinds 16 juni 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder zitting.
Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, mede omdat er geen recente vertrekgesprekken zijn gevoerd en er geen succesvolle gedwongen verwijderingen naar Suriname bekend zijn. Verweerder stelde dat hij afhankelijk is van de Surinaamse autoriteiten voor de afgifte van een laissez passer en voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder meerdere rappels en vertrekgesprekken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting. De belangenafweging wees uit dat ondanks het verblijf van drie maanden in bewaring, de belangen van verweerder zwaarder wegen dan die van eiser, mede omdat eiser zijn medische klachten niet heeft onderbouwd en de noodzakelijke zorg beschikbaar is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.