ECLI:NL:RBDHA:2020:15311
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoekster, met Iraanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond, waarbij tevens een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd en verzoekster werd bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten.
Tegen dit besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op dezelfde zitting als het beroep.
De voorzieningenrechter overwoog dat aangezien de rechtbank reeds uitspraak had gedaan op het beroep (zaaknummer NL20.20084), het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat reeds uitspraak is gedaan op het beroep.