ECLI:NL:RBDHA:2020:15319

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
NL20.19670
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96, derde lid, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, zit sinds juli 2020 in vreemdelingenbewaring. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en baseert zich op eerdere toetsingen en voortgangsrapportages.

De rechtbank overweegt dat de maatregel rechtmatig is en dat het ontbreken van een redelijk vooruitzicht op verwijdering niet aannemelijk is gemaakt. Hoewel er nog geen presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten heeft plaatsgevonden en het verkrijgen van een laissez passer enige tijd kan duren, is verweerder afhankelijk van de werkwijze van deze autoriteiten en heeft hij recentelijk actie ondernomen.

De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de maatregel als rechtmatig werd beoordeeld en concludeert dat de huidige omstandigheden dit oordeel niet wijzigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.19670
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Akkas),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 juli 2020 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1991.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 21 oktober 2020 (in de zaak NL20.18050) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die
uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat verweerder onvoldoende voortvarend te werk gaat. Eiser zit thans vier maanden in bewaring. Tot op heden heeft er geen presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten plaatsgevonden. Evenmin is er een indicatie op welke termijn er een presentatie gaat plaatsvinden. Zoals algemeen bekend kan het enige tijd duren voordat er een presentatie plaatsvindt bij de Marokkaanse autoriteiten. Ook na een presentatie duurt het meestal geruime tijd alvorens er een laissez passer (lp) wordt afgegeven. Het ligt daarom niet in de lijn der verwachting dat er binnen zes maanden een lp zal worden verstrekt aan eiser.
5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is of dat verweerder onvoldoende voortvarend te werk gaat. De rechtbank verwijst allereerst naar haar eerdere uitspraak van 21 oktober 2020 (in de zaak NL20.18050), rechtsoverweging 6. Daaraan voegt de rechtbank toe dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten nog steeds loopt. Verweerder heeft laatstelijk op 4 november 2020 gerappelleerd bij deze autoriteiten in verband met de afgifte van een lp. De rechtbank overweegt dat verweerder wat betreft (de frequentie van) het presenteren en de afgifte van een lp afhankelijk is van de werkwijze van de Marokkaanse autoriteiten. Dat het onderzoek lang duurt is op zichzelf niet doorslaggevend, te meer de Marokkaanse autoriteiten niet op voorhand te kennen hebben gegeven geen lp ten behoeve van eiser te zullen verstrekken. Voorts heeft verweerder op 26 oktober 2020 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Deze beroepsgronden slagen daarom niet.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken op
25 november 2020
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. C. Karman N. Dayerizadeh
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.