ECLI:NL:RBDHA:2020:1623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens bestaand Spaans verblijfsrecht
Eiseres, een Dominicaanse moeder van drie Nederlandse kinderen, verzocht om een document waaruit haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. Verweerder wees dit af omdat eiseres een verblijfsrecht in Spanje heeft en haar kinderen daardoor niet het EU-grondgebied hoeven te verlaten.
Eiseres betoogde dat het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie EU en Richtlijn 2004/38/EG verhinderen dat haar kinderen gedwongen worden Nederland te verlaten, en dat haar Spaanse verblijfsrecht door het beëindigen van haar relatie en het verlopen van haar verblijfsvergunning niet meer bestaat. Ook stelde zij dat het weigeren van verblijf haar kinderen scheidt van hun vader, wat strijdig zou zijn met het recht op privé-, familie- en gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat het arrest Chavez-Vilchez alleen ziet op situaties waarin kinderen het EU-grondgebied als geheel moeten verlaten, niet op het verlaten van slechts één lidstaat. Verder is een verblijfsrecht declaratoir en niet afhankelijk van het bezit van een verblijfsdocument. Eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij niet langer aan de voorwaarden voor verblijf in Spanje voldoet. Verweerder mocht daarom aannemen dat zij nog steeds rechtmatig in Spanje verblijft.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank ging niet in op het beroep op het recht op privé-, familie- en gezinsleven omdat hiervoor een aparte aanvraag vereist is.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan wordt ongegrond verklaard.