ECLI:NL:RVS:2018:2097
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor vreemdeling zonder verklaring van inschrijving
De vreemdeling, met de Kameroense nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op grond van het verblijf bij haar echtgenoot, een Letse Unieburger. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling geen verklaring van inschrijving van haar echtgenoot kon overleggen, een vereiste volgens de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en stelde dat het ingevulde formulier voor registratie als burger van de Unie onvoldoende bewijs is voor rechtmatig verblijf zonder de verklaring van inschrijving. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de verklaring van inschrijving noodzakelijk is voor de afgifte van het verblijfsdocument, conform artikel 8.13, derde lid, aanhef en onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Verder stelt de Afdeling dat het ontbreken van het document niet betekent dat de vreemdeling geen verblijfsrecht heeft, aangezien het verblijfsdocument slechts een bevestiging is van reeds bestaand rechtmatig verblijf. De overige grieven van de vreemdeling worden niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen relevante rechtsvragen oproepen. De afwijzing van het hoger beroep wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag van de vreemdeling wegens het ontbreken van een verklaring van inschrijving.