ECLI:NL:RBDHA:2020:1964
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet aannemelijk gemaakte contante giften en vernietiging vergrijpboetes in belastingzaak
Eiser had in zijn aangiften voor 2012 en 2013 giften aan de Islamitische Universiteit van Europa (IUE) opgevoerd, deels ondersteund door kwitanties en transactiebonnen van contante opnamen. De Belastingdienst stelde vast dat de opgegeven giften niet overeenkwamen met de jaarstukken van de IUE en startte een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude met valse kwitanties.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat de contante giften daadwerkelijk zijn gedaan. De verklaringen van de penningmeester van de IUE, die aangaf dat kwitanties vaak werden verkocht en niet overeenkwamen met daadwerkelijke betalingen, ondermijnden de geloofwaardigheid van de kwitanties en transactiebonnen. Hierdoor mocht de Belastingdienst de giften corrigeren en navorderingsaanslagen opleggen.
Voor het opleggen van vergrijpboetes moet de Belastingdienst bewijzen dat het te lage aanslagbedrag aan opzet of grove schuld van eiser te wijten is. De rechtbank vond dat de bewijsvermoedens onvoldoende waren omdat ze slechts gebaseerd waren op algemene verklaringen over frauduleuze praktijken binnen de IUE, zonder concreet bewijs tegen eiser. Daarom werden de boetebeschikkingen vernietigd.
De rechtbank wees de beroepen toe voor zover zij betrekking hadden op de boetebeschikkingen en wees ze af voor het overige. Er werden geen proceskosten toegekend. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen zijn terecht opgelegd, boetebeschikkingen worden vernietigd.