ECLI:NL:RBDHA:2020:2052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid invorderingskosten na kwijtscheldingsprocedure belastingheffing 2017
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte invorderingskosten voor de watersysteem- en zuiveringsheffing 2017. Hij stelde dat de kwijtscheldingsprocedure niet rechtsgeldig was afgesloten omdat hij een nieuw kwijtscheldingsverzoek had ingediend na telefonisch contact met verweerder.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder het nieuwe verzoek ten onrechte als aanvulling op het administratief beroep heeft aangemerkt. De kwijtscheldingsprocedure is daarmee rechtsgeldig afgesloten met de uitspraak van de Directeur op 21 december 2018. De invorderingskosten zijn daarom terecht in rekening gebracht.
Verder concludeert de rechtbank dat de invorderingskosten in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zijn berekend en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser is ontvankelijk verklaard in zijn beroep vanwege betalingsonmacht voor het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de invorderingskosten terecht zijn opgelegd.