ECLI:NL:GHDHA:2021:765
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bestuursrechtelijke procedure over lokale heffingen en aanmaningskosten
Belanghebbende was het niet eens met de door de Invorderingsambtenaar opgelegde aanmaningskosten en kosten van betekening voor de jaren 2017, 2018 en 2019 betreffende lokale heffingen. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het beroep ongegrond werd verklaard, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Tijdens een eerdere zitting van het Hof op 19 juni 2020 bereikten partijen een compromis waarbij de openstaande kosten werden verminderd tot nihil, belanghebbende toezegde lopende procedures in te trekken, de Invorderingsambtenaar griffierechten zou vergoeden en proceskosten zou betalen. Het Hof volgde dit compromis.
Belanghebbende heeft echter nagelaten deze afspraken na te komen en is het compromis niet nagekomen, terwijl de Invorderingsambtenaar dit wel deed. Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende op dwaling en dwang en oordeelde dat belanghebbende uit vrije wil had ingestemd met het compromis. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.