ECLI:NL:RBDHA:2020:2104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië onder Dublinverordening ondanks aangifte mensenhandel
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 4 april 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris weigerde deze in behandeling te nemen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat Nederland verantwoordelijk is geworden vanwege zijn aangifte van mensenhandel op 14 mei 2019 en dat de omstandigheden in Italië zodanig zijn dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning pas op 20 augustus 2019 bij de staatssecretaris bekend werd, nadat het M55-formulier was ontvangen. Hierdoor is de verantwoordelijkheid niet overgegaan op Nederland. Daarnaast is het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds van toepassing; er is onvoldoende bewijs dat Italië structurele tekortkomingen vertoont die een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro rechtvaardigen.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een kwetsbare persoon is die extra garanties vereist of dat hij niet bij Italiaanse autoriteiten terecht kan. Ook de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro is niet van toepassing. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk blijft en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.