ECLI:NL:RBDHA:2020:2132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Duitsland
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 4 september 2019 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder in Duitsland een asielverzoek had ingediend. Nederland deed daarop een verzoek tot terugname bij Duitsland, dat dit verzoek aanvaardde.
Eiser voerde aan dat de Duitse asielprocedure tekortkomingen kent, waaronder onvoldoende rechtshulp en incompetente beslismedewerkers, en dat Duitsland Gambia als veilig land van herkomst aanmerkt. Hij verwees naar rapporten om zijn standpunt te onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat verweerder uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat dit in zijn geval niet kan.
De rechtbank stelde vast dat het Duitse systeem van kosteloze rechtsbijstand in overeenstemming is met de Procedurerichtlijn en dat eventuele klachten hierover in Duitsland moeten worden ingebracht. Ook concludeerde de rechtbank dat de rapporten geen aanleiding geven om het vertrouwensbeginsel te doorbreken en dat er geen reëel risico is op een verboden behandeling in Duitsland.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.