ECLI:NL:RBDHA:2021:14421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 18 mei 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname gedaan dat door Italië was aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt, onderbouwd met rapporten van AIDA, SFH en Vluchtelingenwerk, en beriep zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, noch dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog dat de situatie in Italië weliswaar gebreken kent, maar niet wezenlijk is veranderd ten opzichte van eerdere beoordelingen. Eiser had geen persoonlijke ervaringen in Italië kunnen aanvoeren, noch aannemelijk gemaakt dat klachten indienen zinloos is. Ook het Italiaanse systeem van rechtsbijstand voldoet aan de Procedurerichtlijn.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat de door eiser aangevoerde mishandelingen en ontberingen buiten Europa geen onevenredige hardheid opleveren die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.