Eiser, een Syrisch jongvolwassen, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als gezinslid van zijn moeder. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder stelde dat de feitelijke gezinsband was verbroken doordat eiser sinds 2015 zelfstandig woonde. Eiser voerde aan dat het zelfstandig wonen noodgedwongen was vanwege de vlucht van zijn ouders voor IS en dat hij financieel afhankelijk bleef.
De rechtbank oordeelde dat zelfstandig wonen niet automatisch betekent dat de gezinsband is verbroken, zeker niet wanneer dit noodgedwongen is. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat de gezinsband al in 2013 was verbroken toen eiser enkele dagen per week op kamers woonde. Daarnaast was niet gebleken dat eiser zich zelfstandig en moeiteloos kon handhaven, aangezien hij financieel afhankelijk bleef van zijn ouders.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.