ECLI:NL:RVS:2019:2863
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband
De vreemdeling, een Syrische nationaliteit dragende meerderjarige, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij zijn moeder, die in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband tussen de vreemdeling en zijn moeder was verbroken, mede vanwege het zelfstandig wonen en voorzien in eigen onderhoud door de vreemdeling in Libanon.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij tevens werd geoordeeld dat asielgerelateerde gronden in de nareisprocedure niet relevant zijn. De vreemdeling stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij noodgedwongen zelfstandig ging wonen vanwege de oorlogssituatie en militaire dienstplicht in Syrië, en dat deze omstandigheden relevant zijn voor de beoordeling van de gezinsband.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door asielgerelateerde gronden uit te sluiten en dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van het zelfstandig wonen en werken. Tevens was onterecht afgezien van het horen in bezwaar. Ook liet de rechtbank het beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn onbesproken. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is vernietigd en het beroep gegrond verklaard.