ECLI:NL:RBDHA:2020:2137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening bij bevoegde instantie en vergoeding immateriële schade
Eiseres deed aangifte BPM voor de registratie van een Audi RS6 en betaalde de verschuldigde belasting. Het bezwaarschrift werd op 7 februari 2018 ingediend maar pas op 23 februari 2018 per post door verweerder ontvangen. Eiseres stelde dat verweerder stelselmatig stukken te laat afstempelt, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
Het bezwaarschrift was ook gefaxt naar de rechtbank Gelderland, een niet bevoegde instantie, wat bewust en stelselmatig gebeurde volgens de gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat de doorzendplicht van artikel 6:15 Awb Pro niet bedoeld is voor situaties waarin stukken bewust aan een onbevoegde instantie worden gestuurd, waardoor het risico van niet-doorzending voor rekening van eiseres komt.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, wat door de rechtbank werd bevestigd. Daarnaast kende de rechtbank een vergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsfase, die ruim twee jaar duurde. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening bij de bevoegde instantie, met een vergoeding van € 500 voor overschrijding van de redelijke termijn.